@admin Dank voor de uitnodiging
(had me wat ingehouden, maar weg is gebaand zie ik …)
@maartenj Ik heb al wel Eveline Crone’s “Het Puberende Brein” gelezen, maar nog niet het ‘Puberbrein Binnenste Buiten” (wel gekocht al, met pijn in mijn hart). Ik heb wel een lezing bijgewoond van de schrijver van het boek, Huub Nelis, op een conferentie Later! over ‘jongeren emancipatie, opvoeding en onderwijs’ afgelopen oktober in Amsterdam (Baukje was daar overigens ook bij). Het doel van de conferentie was om een advies uit te brengen aan het ministerie van OCW met betrekking tot onderwijs beleid. Ik ben op de conferentie stijl achterovergeslagen over de manier waarop Nelis sprak over biologische verschillen tussen ‘jongensbreinen’ en ‘meisjesbreinen’, en over hoe hij ouders en onderwijzers opriep “de functie van de frontaal cortex van hun pubers over te nemen”. Dat laatste betekent zoiets als ‘grenzen stellen en dingen verbieden’ maar dan in een neuro-taal.
Het probleem in mijn ogen met dit soort werk is dat het een schijnobjectiveit creeert, wetenschap verkeerd presenteert, en misbruik maakt van wetenschap als een ‘autoriteit’, en wel op meerdere manieren:
1. Ten eerste vindt er geen reflectie plaats op de inherente onzekerheden in de interpretatie van de wetenschappelijke bevindingen. Neurowetenschap is een hele (hele!) jonge wetenschap en heel veel is nog niet bekend, zeker als het gaat om de relatie tussen neuronen en brein enerzijds en cognitie, emotie en gedrag e.d. anderzijds. Bovendien is het altijd zo dat bevindingen meerdere interpretaties of verklaringen toestaan (dit houdt ons wetenschappers namelijk zo druk de hele dag, omdat we daarover debatteren, en proberen nieuwe experimenten te bedenken om alternatieve verklaringen te toetsen). Een voorbeeld is te vinden in het werk van Epstein dat Ilja noemt, namelijk dat de bevindingen wbt het ‘puberbrein’ weleens een reflectie kunnen zijn van onze cultuur en hoe wij met pubers omgaan i.p.v. dat de ‘instabiliteit’ van het puberbrein een hard-wired eigenschap is. Om daar achter te komen zouden we een nieuw empirisch onderzoek kunnen doen. Zo vraag ik me bijv. serieus af wat we zien als pubers die op een democratische school in de scanner gaan (Interesse iemand?).
2. Ten tweede is er de suggestie van theorie- of waarde-onafhankelijkheid van constructen en wetenschappelijke categorieën. Ik stoei er erg mee hoe ik dit helder kan uitleggen en hoor graag feedback op het volgende.
Neem bijv. het onderscheid ‘meisjesbrein’ vs. ‘jongensbrein’, of ‘puber brein’ vs. ‘volwassen brein’. Deze onderscheiden zijn niet een wetenschappelijk gegeven maar een aanname of manier van kijken naar breinen (hoewel wellicht een manier van kijken die mensen heel natuurlijk vinden en aansluit bij hun interesses en wereldbeeld). Het is tegen het licht van deze aanname dat Nelis (en velen met hem) de neuroscience data interpreteert. Je zou i.p.v. 2 typen breinen, bijv. 3 of 4 of 5 etc. categorieën breinen kunnen maken (bijv. hetero-cisgender-man, hetero-cisgender-vrouw, hetero-transgender-man, hetero-transgender-vrouw, homo-cisgneder-man, etc.). Je zou ook gewoon ieder brein als individueel brein kunnen zien. Of je kunt breinen in 2 groepen indelen, maar hele andere twee groepen dan M/V of puber/volwassen: Stel bijv. we maken onderscheid tussen breinen van mensen die ten noorden van de evenaar wonen, en breinen van mensen die ten zuiden van de evenaar wonen, en we doen verscheiden tests op die breinen, dan vinden we vast wel wat verschillen. Die verschillen kunnen ons misschien zelfs iets leren (bijv. over de leefcondities boven en onder de evenaar), maar maakt dat het een wetenschappelijk gegeven dat er ‘boven de evenaar breinen’ en ‘onder de evenaar breinen’ zijn?
3. Ten derde lijkt het werk van Nelis (en Crone) een soort schijnobjectiveit te creeeren van hun pedagogische adviezen. Iets in de trant van “Neurowetenschappers zeggen dat ik de frontale cortex functie van mijn puber dien over te nemen, nou dan is dat dus wetenschappelijk bewezen.” Wetenschap gaat echter over wat “is” en niet over wat “goed” is om te doen. De studie van “het goede” dat is het domein van de ethiek. “Goed” is een normatief concept, en wetenschap is daar stil over. Wetenschap kan ethiek informeren, maar niet vervangen. Dat wetenschap niet direct (zonder toegevoegde normen en waarden) tot gedragsvoorschriften kan leiden wordt soms verborgen als wetenschappelijke interpretatie ingebed worden in een onuitgesproken ideologie. Neem bijv. de ideologie dat ouders het recht hebben om kinderen vrijheden te ontnemen. Vanuit die ideologie is het betoog van Nelis mogelijk heel aannemelijk. Echter in het kader van een ideologie waar iedereen (kind, puber, volwassene) vrij is en recht heeft op zelfbeschikking, is dat verhaal compleet verward.
Ben benieuwd naar jouw ideeen Maarten als je het boek gelezen hebt, en natuurlijk naar de meningen van anderen op dit forum, als jullie ze willen delen. Dit onderwerp ligt me nauw aan het hart, dus alle input is welkom!